Hoe gevolgschade voor snellere overprikkeling zorgt
Mensen met ADHD lopen in hun jeugd vaak al gevolgschade op. Deze schade ontstaat door een voortdurende 'mismatch' tussen wat je doet - en wat je denkt wat er van je verwacht wordt. Maar ook: tussen wat je zou willen doen en wat je uiteindelijk doet - omdat je denkt dat dat van je verwacht wordt.
Waar het op neerkomt is dat je lange tijd gedrag vertoont dat eigenlijk niet in lijn is met jezelf, of met wat de omgeving van jou wenst. En daar straf je jezelf onbedoeld voor, met gevoelens van schaamte, zelfverwijt, wanhoop, enzovoorts. De gevolgschade zorgt ervoor dat je lichaam en je brein in standje stress staan, de fight-flight-freeze modus. Je autonome zenuwstelsel raakt daardoor overbelast.
Bij mensen met ADHD, die vaak door de gevolgschade een overbelast zenuwstelsel hebben, ontstaat overprikkeling daarom sneller dan normaal. Maar vergis je niet: bij ADHD is de marge tussen overprikkeling en onderprikkeling heel klein, waardoor het evenwicht kwetsbaar en snel verstoord is.
Iemand die overprikkeld is, heeft moeite met denken, plannen, sociaal contact, leren en zich ontwikkelen. In zo’n toestand zal diegene zich – bewust of onbewust – afsluiten van de buitenwereld en dat is niet altijd even ideaal. Denk aan je werk, of je relatie en je gezin. Maar hoe pak je die overprikkeling nu aan?
In het onderwijs bijvoorbeeld wordt vaak alleen de overprikkeling aangepakt door een snel overprikkeld kind een rustig plekje of een overzichtelijk takenpakket te geven. Dit helpt soms eventjes. Maar na een tijdje slaat vaak de verveling toe. Want een ADHD-brein heeft wel degelijk prikkels nodig. Gevolg: het kind belandt in de onderprikkeling.
Onderprikkeling is minstens zo vervelend. Denk aan een saaie les, een droge toespraak, een veel te lange film: een ADHD-brein wordt op een gegeven moment gek van verveling. De een gaat ervan stuiteren, de ander wordt bijna apathisch: er komt niks meer uit je handen.
Overprikkeling en onderprikkeling kun je nooit vermijden, maar je kunt er wel op reageren: bij overprikkeling bied je tijdelijk rust, bij onderprikkeling bied je uitdaging en acitiviteit.
Goede begeleiding van ADHD gaat dus niet over prikkelreductie, maar over prikkelregulatie.
Onderstaande infographic legt het uit:




